Voorbeelden van het gebruik van Automonteur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Chino ligt in het binnenland en hij was automonteur.
Ik sta hier toch niet bij Billy Sullivan, automonteur uit Hollywood.
Garage. Een automonteur,?
Ik ben zijn automonteur.
Mijn assistent-manager en ik krijgen een baby. Mijn automonteur.
Bent u echt automonteur?
Dat speet me later, want hij zag eruit als een automonteur.
Dus je bent een automonteur.
De zoon van een automonteur die zodra hij geld rook, alles opgaf.
Automonteur… en psychotische woonwagenbewoonster?
De automonteur Bruno Maximilian Ndimbo is afkomstig uit het bushland van Tanzania.
Automonteur- geen diploma- in het leger.
Naast ons zat een automonteur en daarnaast nog iemand anders.
Ik ben z'n automonteur.
Maar hebt u ook als automonteur gewerkt?
Ik sta hier niet met Billy Sullivan, automonteur uit Hollywood, of wel?
Hij was aanvankelijk automonteur.
Ik ben automonteur.
Het enige waar ik goed in was, was automonteur en fitness.
En deze fantastische vrouw hier is automonteur Şekerci.