Voorbeelden van het gebruik van Biggetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Net een biggetje.
Zeg nu:"Ik ben een biggetje.
Ja, ik hoor je, biggetje.
Ik… ik… ik heb per ongeluk alle as van biggetje Lily gemorst, en ik.
Ik zie dat het derde biggetje slim was.
Ik ben een biggetje.
Misschien een biggetje.
Een biggetje.
Wat schattig, Biggetje.
Maar als je hierover iets zegt, verander ik je in een biggetje.
Wie is er een gulzig biggetje?
Wat een lief biggetje. Wat een lief biggetje.
Hij klinkt als een biggetje.
Doe open, biggetje.
Ik hoor je, klein biggetje.
Hebt u wel eens een biggetje gezien?
Ze heeft in haar broek gepoept omdat ze een biggetje is.
Dit biggetje ging.
Hoe is het biggetje?
Ik ben papa's kleine biggetje.