Voorbeelden van het gebruik van Blitzen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Donner, Blitzen.
Hup, Blitzen.
Meer of Blitzen?
Donner en Blitzen!
Hup, Blitzen. Hup, Comet!
Vooruit, Donner en Blitzen.
Donner en Blitzen. Comet. Cupid!
Dasher! Blitzen! Donner! Comet!
Ja, Blitzen, ik heb het tegen jou!
Donner, Blitzen!
Ja, Blitzen, ik heb het tegen jou!
Hop, Cupid. Hop, Donner en Blitzen.
Blitzen. Lijken alle rendieren van de kerstman op jou?
Toen Blitzen leerde, waarom ken ik dat verhaal niet?
Hé Blitzen, kom onmiddellijk terug naar de slee.
Vixen, Blitzen… Nee, ze heten Prancer, Dancer… Kwik, Kwek en Kwak.
Blitzen zojuist gezien bij hangar drie.
Gelukkig voelde Blitzen zich niet zo toen hij leerde vliegen. Het is absurd.
Luister even. We zijn allemaal opgegroeid met Rudolph, Donner en Blitzen.
Wees braaf en schiet Blitzen dood, oké?