Voorbeelden van het gebruik van Blowen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laten we blowen.
We hadden toch wat moeten blowen.
Als je wilt, kunnen we straks in de tent blowen.
Laat me. Wat drinken, wat blowen.
We kunnen gewoon blowen.
Wil je alleen blowen?
Je moet hier niet blowen.
Waardoor je meer kon dutten en blowen.
Ik had je niet moeten laten blowen.- Verdorie.
Ik ken veel mensen die blowen.
Ik had niet moeten blowen.
Wat doen jullie hier nog behalve blowen?
stop met blowen.
Hé, wil je er eentje blowen?
Wat drinken, wat blowen.
Mensen die me zien blowen zien me anders… dan mijn witte vrienden.
Jullie gaan blowen en feesten.
We blowen alleen voor examens.
Jullie blowen teveel.
Blowen, surfen, zwemmen, de energie was verbijsterend.