Voorbeelden van het gebruik van Boswachters in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Oké, boswachters.
Zijn jullie boswachters?
Zijn jullie boswachters?
Zijn jullie boswachters?
Oefenen voor als we de boswachters gaan ontmoeten.
Oefenen voor als we de boswachters ontmoeten.
Boswachters, Woody heeft een wonder ontdekt.
De boswachters hebben gebeld.
Boswachters of de landeigenaar?
Er zijn geen boswachters in deze wereld.
Waarom dragen boswachters precies wapens?
Moeten we de boswachters niet bellen?
maar Diana's boswachters.
Ik denk dat de boswachters dit wel overnemen.
Ik bel de boswachters.
In het landhuis is ook een opleidingsinstituut voor boswachters gevestigd.
Dan gaan we de gevangenis in. Als de boswachters ons zien.
Vroeger waren er hier zes boswachters en een bosbouwkantoor; nu past Karl Mitterhauser bijna in zijn eentje op de bossen en de in het wild levende planten en dieren.
Woody, zoals je weet vertegenwoordig ik de boswachters… en wij hebben een aantal eisen.
En je weet nog steeds niet dat een van je geliefde boswachters… je ouders heeft vermoord.