Voorbeelden van het gebruik van Chiffre in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Le Chiffre? Ik denk het niet?
Ik wist dat je als Le Chiffre.
Heb je wel eens van Le Chiffre gehoord?
En jij denkt dat dat Le Chiffre is?
Jij denkt dat deze man Le Chiffre is?
Mr. Le Chiffre?
Le Chiffre zegt dat hij zijn geld morgen krijgt.
Na Obanno's dood heeft Le Chiffre geen schulden meer.
Le Chiffre mag dat geld niet bij elkaar krijgen.
Maar ik weet dat Le Chiffre is teruggegaan naar het hotel.
Maar Le Chiffre wil vast niet tegen me spelen.
Le Chiffre beschikt niet over 100 miljoen om te verliezen.
Hij was jarenlang betrokken bij Le Chiffre… een privé-bankier voor terroristen.
Spijt dat Le Chiffre wint en de geldschieter blijft van terreur?
Le Chiffre vroeg me om je te bellen. Nee, Mr Bond.
Le Chiffre wil z'n kunstcollectie verkopen
Als Le Chiffre goede contacten heeft, weet hij al
Maar Le Chiffre is op weg, dus kijk uit de cheque.
Met Le Chiffre erboven.- In de open haard,- De microfoon?
Spijt dat Le Chiffre wint en de geldschieter blijft van terreur?