Voorbeelden van het gebruik van Childs in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben Angela Childs.
Elizabeth Childs. Alison Hendrix.
Nee, het is Childs.
We moeten Beth Childs vinden.
Childs had niets te maken.
Childs, wat doet ie?
Ik ga wel met Childs.
Het gaat om Beth Childs.
Je moet Beth Childs opzoeken.
Ik zei een uur, Childs.
Ik ben rechercheur Beth Childs.
Childs, wat doet ie?
Laten we naar Childs gaan.
Childs. Belangrijkste resultaten'!
Childs heeft me er ingeluisd.
Als je hem vergelijkt met Glenn Childs.
Laat Childs dan stoppen.
Childs… we gaan Blair testen.
Hij is een Childs plant.
Het gaat over Beth Childs.