Voorbeelden van het gebruik van Creditcard in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze dachten dat je creditcard gestolen was.
En dat alleen maar door het zien van m'n creditcard, sofinummer en rijbewijs.
Hij heeft hier zijn creditcard gebruikt.
Sir, uw creditcard is geweigerd.
En u kunt betalen met een creditcard.
Mijn baas. Zijn creditcard is gestolen.
Er is een probleempje met uw creditcard.
Vanaf zes personen moeten ze reserveren met hun creditcard.
Maar ik heb een creditcard.
Meneer, uw creditcard werd geweigerd.
Ze heeft mijn creditcard afgepakt.
Ik gaf hem mijn creditcard, voor noodgevallen.
Ik heb drankjes betaald met mijn creditcard.
Duizend, volgens zijn creditcard.
Ik heb de skilift betaald met m'n creditcard.
Zij heeft mijn creditcard.
Kijk uit, anders knip ik je creditcard in tweeën.
En hij had geen creditcard.
Wacht, mijn creditcard.
Taxi's accepteren geen creditcard.