Voorbeelden van het gebruik van Dassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je riemen en dassen.
u vanaf nu vaker dassen zou dragen.
Oh, je praat echt over dassen.
Dus wat wil je doen? Nou, misschien kun je mij die dassen laten zien.
Ik heb maar twee dassen.
Maar je knoopt je dassen slecht.
vossen, dassen, eksters….
Ik denk dat hij genoeg dassen heeft.
Ze laten me geen dassen dragen.
Dat trekt dassen aan.
Ik haat dassen.
Schat?-Waar zijn mijn dassen?-Wat?
Ik haat dassen.
Zelfs de kleuters dragen dassen.
Ik dacht dat in Hawaï geen dassen werden gedragen.
Ik krijg een hoop dassen.
Bevers, beren, dassen.
Ik vertrouwde je met dassen, schat.
Ik heb maar twee dassen.
twee gordeldieren, drie dassen.