Voorbeelden van het gebruik van De sleutels in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Sir, ik wil dat je me de sleutels van je wagen geeft, aub.
Ze hebben de sleutels gepikt!
De sleutels, voor het wapen.
Nee, maar parochieauto en de sleutels zijn weg.
De sleutels zitten in mijn tas.
Zoek de sleutels van de boomhut.
Ik moet ze om de sleutels vragen.
Kun je schakelen? Geef me de sleutels.
Wie de sleutels heeft en of we hier veilig zijn?
En ik? De sleutels.
Het ontwerpen van de sleutelbewaarplaatsen, de sleutels en de certificaten.
Wie heeft de sleutels van dit gebouw?
Geef ons de medicijnen en jullie krijgen de sleutels van jullie bus.
Mykes, er zaten id-plaatjes aan de sleutels van Judy.
Zitten in het ambulancedepot de sleutels achter de benzineklep of de zonneklep?
Maak er vier weken van, en ik wil de sleutels van je bestelwagen!
Mykes, er zaten id-plaatjes aan de sleutels van Judy.
Kon je de sleutels niet vinden?
Alleen jouw vingerafdrukken staan op de sleutels.