Voorbeelden van het gebruik van Dinsdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als we dit dinsdag doen, ben ik woensdag weg.- Ja.
De stemming vindt dinsdag plaats.
Ik hou van je nieuw oog, Dinsdag.
Dinsdag, dacht ik.
Op dinsdag gaan we uit eten.
Op maandag en dinsdag Is ze een kreng.
Waar was Robbie dinsdag na school?
Elke dinsdag sloeg hij me lens met z'n driver.
Nee, alsjeblieft. Dinsdag.
Lunchen we dinsdag?
Dinsdag.-Nee, de datum.
Zoals een lijntje coke op een dinsdag?
Dinsdag, dan weet ik het niet.
Waarom ging je vorige dinsdag naar de spoeddienst?
A: De wedstrijd kan live bekeken worden elke dinsdag en vrijdag vanaf 20u00 CET.
Nee alsjeblieft, nee!- Dinsdag.
Dinsdag en vrijdag!
Dinsdag kan ik niet.
Het is gewoon… Dinsdag is tofu avond.
Maandag 'n trut, dinsdag ook.