Voorbeelden van het gebruik van Een afscheidsbrief in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dus schreef hij een afscheidsbrief.
Dit is een afscheidsbrief.
Het is een afscheidsbrief.
min of meer een afscheidsbrief.
Ze had haar eigen spirituele ervaring teruggevonden in een afscheidsbrief van Théophane.
Dat is een afscheidsbrief.
Hij schreef een afscheidsbrief.
Er is een afscheidsbrief.
Het is een… het is een afscheidsbrief.
Haar ouders hadden ook een afscheidsbrief gevonden.
Hij had me al een afscheidsbrief geschreven.
Dat is een afscheidsbrief.
Dus de man heeft je een afscheidsbrief gestuurd.
Wat was dat? Een afscheidsbrief?
Hij vroeg naar een afscheidsbrief.
Grace? Aaron? Grace heeft een afscheidsbrief achtergelaten?
Wat heb je aan haar geschreven? Een afscheidsbrief.
Wat heb je haar geschreven? Een afscheidsbrief.
Wat is dit, een afscheidsbrief?
Ik werd wakker in de kofferbak van een auto, met een afscheidsbrief in mijn zak.