Voorbeelden van het gebruik van Een muts in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij droeg een muts, Ik kan je alleen dat nog vertellen.
Welke vader geeft nou niet om… een varken met een muts.
patronen voor tassen, een muts en veel woonaccessoires.
Omschrijving Boevenkop! Hoe stoer kan een muts zijn?
Ik draag een zwarte sweater en een muts.
Kun je me vertellen waarom je een muts draagt?
ben je klaar. Een muts.
kaal hoofd met een muts.
Ze koopt een muts.
Het is een muts.
Nee, het is een muts.
De hertogin van Devonshire verscheen vorige week in Bath met een muts.
Ik vertelde hen dat de moordenaar een muts ophad.
En jij hebt ook een muts.
De eerste keer was het donker en droeg hij een muts.
Wat een muts.
Dank je wel, Kensi. Daarvoor verdien je een muts.
Je hebt een muts.
Reese, ik moet een muts maken.