Voorbeelden van het gebruik van Elfje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe is het om een elfje te zijn?
valt er ergens een elfje dood neer.
Geen idee. Een elfje of zoiets?
Bedoel je dat hier een elfje is?
Als een elfje.
Wacht nou even. Klein elfje.
Ik ben een elfje.
Hoe leer je een elfje te zijn?
En een 500-jarig elfje.
Ik ben maar een elfje.
Niet een elfje.
Die vrouw was het Onzichtbare Dansende Elfje uit Achterlijkland.
Een elfje(soms: elf) is een eenvoudige,
Dat ze altijd het elfje van de familie was?
Ze zag eruit als een elfje dat poepte onder een boom.
Wat? Een elfje vertelde me over een alwetend orakel dat daar leeft?
Of was het een elfje?
Ik kijk beter eens naar mijn elfje.
Maar waarom? Jij bent 't nieuwsgierigste elfje dat ik ken.
Hij heeft het elfje teruggebracht.