Voorbeelden van het gebruik van Erfgoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je leven is ons erfgoed.
Haar merk is haar erfgoed.
Erfgoed voor kinderen.
Inaanmerkingneming van het erfgoed bij de regionale ontwikkeling en het scheppen van werkgelegenheid;
Daarnaast vormen deze onderdeel van ons cultureel erfgoed.
M'n enige erfgoed.
Hij zegt dat we geen respect hebben voor zijn erfgoed.
Je neemt m'n erfgoed in de zeik door hem te dragen.
Doelstelling: Instandhouding van het erfgoed.
ontwikkeling van het natuurlijk en cultureel erfgoed.
Zij zijn je erfgoed niet.
We eren ons erfgoed.
Europees erfgoed en economische ontwikkeling.
Bijzondere inzet voor het behoud van erfgoed door personen en/of groepen.
Ook dit is onderdeel van ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed.
De rekening, Becky! Mijn erfgoed, als docent.
De legenden kloppen. Ons erfgoed.
De bezichtigingen van het cultureel en bouwkundig erfgoed van de stad.
In de Luberon, met een rijk historisch en natuurlijk erfgoed.
De beroepen restauratie van het erfgoed en theater.