Voorbeelden van het gebruik van Fabien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zoals voor Fabien Delessert.
Ik ben Fabien Marchal.
Geef je bijles? Fabien.
Is Fabien al terug?
Fabien was alles voor ons.
Fabien heeft veel over u verteld.
Ken je Fabien Gueraiche?
Fabien is mijn beste onderzoeksjournalist.
Zoals bij de Étiembes en Fabien?
Een film van fabien onteniente.
En u vergist zich over Fabien.
De moord op Fabien Mévrel.
Alleen Fabien is op de hoogte.
Ik heb de moeder van Fabien gesproken.
Fabien! Geef haar aan mij!
Ik mis Fabien evenveel als u.
Fabien.-Het is toch waar?
We laten Fabien niet voor niks komen.
Fabien. Hij is een van ons.
Fabien, elektrische gitaar. Kerstmis, 1992.