Voorbeelden van het gebruik van Geen non in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is toch geen non?
Ik ga geen non neerschieten.
Nee, ik ben geen non.
U bent geen non, hé?
Ze wilde verdomme geen non worden!
Zij is geen non, hè?
En Piper is geen non geworden.
Je kunt geen non meer vertrouwen.
Ik ben geen non en geen heilige.
Ze is geen non, maar nachtclubzangeres.
Ten eerste, zij is geen non.
Ze zou toch geen non zijn?
Ze zou toch geen non zijn?
Ze wilde verdomme geen non worden.- Godverdomme!
Maar St Cecelia was geen non, Uwe Eminentie.
U bent ook bepaald geen non of zo.
Weet je, ze is zelfs geen non meer?
Van God hoef ik geen non te worden.
Uwe Excellentie mag geen non uit een klooster halen.
We weten in elk geval dat ze geen non is.