Voorbeelden van het gebruik van Godric in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zweer het op Godric.
Godric, doe het niet.
Ik ga Godric zoeken.
Ik wil enkel Godric vinden.
Bill Compton is geen Godric.
Hij heet toch Godric?
Godric is er niet meer.
Godric is jouw zorg niet.
Ik ga Godric wel halen.
Godric, hoor je me?
En Godric is niet meer.
Ik wil enkel Godric vinden.
Zaten jij en Godric bij de SS?
Ik had Stan moeten tegenhouden zodra Godric verdween.
Dit is wie ik ben, Godric.
Maar ik ken Godric al heel lang.
Omdat Godric mijn sheriff is en niet de jouwe.
Jij stond niet met Godric op dat dak.
Wat als jij over 1800 jaar Godric bent?
Zoveel haat. Dit ben ik, Godric.