Voorbeelden van het gebruik van Haesten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Haesten beschermt ze.
Maar Haesten vertelde de koning
Ik ben Haesten… en jij bent Uhtred van Bebbanburg.
Lok Haesten uit het fort.
Koning, Haesten is onze vijand.
Haesten lijkt een bondgenoot van Alfred te zijn.
En als Haesten hem helpt?
Haesten, jij gaat rusten.
Alleen een dwaas zou Haesten vertrouwen.
Dat weet ik van Haesten.
Je bent ver van Beamfleot, Haesten.
net als Haesten.
Elke tien passen een wachtpost. Haesten.
Ze zal niet weigeren en Haesten houdt haar niet tegen.
Je mist een grote samenkomst van legers, Haesten.
Ik was bang dat Haesten je zou verraden.
Hoeveel mannen heeft Haesten?
Haesten wilde haar ontvoeren.
Ik zal Haesten verslaan.
Het is Haesten. Denen.