Voorbeelden van het gebruik van Hebzucht in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mensen hebben hun fouten: hebzucht, jaloezie, panische angst.
T stekelvarken is niet ten prooi gevallen aan hebzucht.
Met haar armoede, honger, hebzucht en oorlog.
Lust, hebzucht, luiheid… vraatzucht,
Hebzucht, als je me in de weg staat,
De hebzucht heeft jullie helemaal verteerd.
lust en hebzucht.
Ik kom uit hebzucht noch woede.
Maar nu zie ik alleen nog hebzucht.
Hebzucht, waarom ben je ongehoorzaam?
Hun hebzucht zal hun neerhalen.
Verbod hard en waarschuwing tegen hebzucht en gierigheid.
Dit is het product van onze hebzucht.
Ze zijn gestorven aan hebzucht en geweld.
Hebzucht voert de lijst aan.
Niets verarmt zozeer als hebzucht.
Gierigheid. Gierigheid en hebzucht.
Jezus had een hekel aan corruptie en hebzucht.
Kom op, Hebzucht.
de markt door vrees en hebzucht wordt gedreven.