Voorbeelden van het gebruik van Hem kopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde hem kopen, niet winnen met een kaartspelletje.
Niet bij hem kopen, dat is een schurk.
Wil je hem kopen?
Hem kopen, dat werkt niet.
Kan ik hem kopen?
Als wij hem kopen, kun jij hem runnen.
Wil hem kopen voor 600 dollar.
Mag ik hem kopen?
Zou jij hem kopen?
Dan moet u hem kopen, en alle andere kamers ook.
Hem kopen?
We kunnen naar de Virgin gaan en hem kopen.
Ik wil hem kopen.
Doe een goed bod en je kunt hem kopen.
Je moet hem kopen.
Alberto wilde hem kopen.
We kunnen naar de Virgin gaan en hem kopen.
Ik wil hem kopen.
Ik ging hem kopen.
Hij wil hem kopen.