Voorbeelden van het gebruik van Hippie in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Allemaal naar de hippie wijzen en lachen.
Hij was zo'n hippie met lang haar-type.
Een hippie bij de veteranen, dat pikken ze niet.
Ik ben hippie.
Wat ben jij voor een hippie?
Ik ben geen hippie.
Jonge hippie.
oude hippie.
Die arme kleine hippie.
Ben je opeens een hippie geworden?
Herinner je je nog toen Toby met Melissa omging, dat hippie grietje?
Ik ben hippie tegenwoordig.
Ik ben omgetoverd in een hippie.
Geen idee. Ik ben hippie tegenwoordig.
Ik kom je moeder vertellen dat je zo'n hippie geworden bent.
En ik had haar moeten helpen met die hippie.
Die bankemployé dacht dat ik n hippie was.
Je bent een hippie.
En er was een soort hippie. Wie niet?
Je was altijd al zo'n hippie.