Voorbeelden van het gebruik van Hotch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat is er? Is dat Hotch?
Heb je de chauffeur gesproken? Hotch.
Hij weet ervan. En Hotch?
Nee, stuur het naar Hotch en Tara.
Ik moet Hotch spreken.
Het gaat over Hotch.
Dit treft niet alleen Hotch.
Dat was de boodschap van Antonia voor Hotch. Waarom?
Ik toets die aan de lijst poppenspelers van Hotch.
Het was één van de eerste zaken waar Hotch en ik aan samenwerkten.
Ik denk dat hij de tijd neemt die Hotch hem gegeven heeft.
Ze zijn nog steeds in Hotch's kantoor, huh?
Wacht Hotch.
Met Hotch.
Bel Hotch.
Hotch, Asjeblieft.
Bel Hotch!
Of Hotch?
Het is Hotch.
Bedankt, Hotch.
