Voorbeelden van het gebruik van Ik run in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik run een wanbetaler-opspoor bedrijf.
Ik run een bedrijf.- God.
Wacht, ik run de kliniek.
Zij staat in de keuken, en ik run de tent, zoals Rick in Casablanca.
Ik run het team.
Ik run haar cel.
Ik run wel een bedrijf.
Ik run een muzieklabel en heb een grasmaaier.
Ik run een hotelketen.
Ik run een huwelijk met hem.
Ik run een online kledingwinkel.
Nee, ik run een bar in New York.
Ik run een ziekenhuis.
Ik run deze club, Oliver.
Ik run een tent in de stad.- Oké.
Ik run de boekwinkel in 't dorp.
Ik run een compressiebedrijf, geloof me.
Ik run een succesvol tv-bedrijf.-Waarmee?
Ik run een tent in de stad.- Oké.
Ik run de keuken en jij bent mijn luitenant.