Voorbeelden van het gebruik van Ja' in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja', zei Mr Allen.
Heeft u'Ja' gezegd?
De titel is'Ja'.
Ja' getuigde van moed.
Kan je een keer knipperen voor ja', en twee keer voor'nee'?
Anders had je wel'ja' gezegd. Serieus? Nee.
Zeg'Ja', en laten we samen gelukkig zijn.
Ja' zou het antwoord zijn.
Ja' of'nee' volstaat.
Ik wil alleen maar'ja' of'nee' horen.
Ja' wat, jongen? Ja.
Ja' zeggen zal ons beiden veel plezier bezorgen.
Ze zei'Ja'.
En al die vragen beantwoord je met'Ja' of 'Nee.
En zij zei:'Ja'.
Ik wil binnen een uur ja' horen. Onacceptabel.
Jullie zullen'Ja' zeggen!
En Allison zei toen:'Ja'.
ik zeg'Ja'.
In plaats daarvan zei ik:'Ja'.