Voorbeelden van het gebruik van Kampioen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De Noor Ivar Ballangrud werd kampioen.
In 1995 werden Wötzel en Steuer uiteindelijk Europees kampioen, gevolgd door de wereldtitel in 1997.
In 1984 werd hij Open Kampioen van Nederland in Dieren.
Ademt als een kampioen.
Mama, ik ben nationaal kampioen.
We waren bijna kampioen.
De kampioen mag kiezen.
Ze waren zes keer kampioen van Duitsland.
Met de Matchless werd hij kampioen van Zwitserland.
Fleury werd tijdens de Olympische Winterspelen 2010 Olympisch kampioen met het Canadese team.
Een jaar later speelden de Rouches opnieuw kampioen.
In 2005 werd hij wel eerste en daarmee Canadees kampioen.
Het hele land kon ademhalen toen we kampioen werden.
En je bent de kampioen van mijn hart.
Manchester United is opnieuw kampioen.
Onze kampioen, Blade Fowler,
De kampioen van de jaarmarkt en winnaar van de zilveren pijl.
En 2010 werd de club kampioen in de Eerste divisie.
Ook werd hij in het seizoen 2009/10 kampioen.
Sjinnik Jaroslavl werd kampioen.