Voorbeelden van het gebruik van Kerstcadeau in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is een kerstcadeau van een goede vriend van me.
Ik geef je dit jaar een kerstcadeau.
Wat wil jij als kerstcadeau?
Heb ik een beter idee. Aangezien jullie geen kerstcadeau willen.
Dit was zijn kerstcadeau.
Adolphe. Natuurlijk. We pakken hem in als kerstcadeau.
Uiteindelijk kreeg ik 'm als kerstcadeau van mijn opa.
Natuurlijk krijgen jullie een kerstcadeau.
Geef het aan Julia als mijn kerstcadeau.
Dat is mijn kerstcadeau voor jullie.
Mijn tevreden klant gaf me zes gratis filmkaarten als kerstcadeau.
Mijn moeder zei altijd dat ik haar beste kerstcadeau was.
Waar is mijn kerstcadeau,?
Willen jullie hen jullie ontbijt als kerstcadeau geven?
En…- Dank je. jouw kerstcadeau.
Ik had je kerstcadeau al uitgezocht!
Je gelooft nooit wat wij als kerstcadeau hebben gekregen.
Ik heb zelfs een kerstcadeau voor haar.
Jij bent mijn kerstcadeau.
Je gelooft nooit wat wij als kerstcadeau hebben gekregen.
