Voorbeelden van het gebruik van Konijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En broer Konijn, dit… is… broer Jack!
Konijn, start de capsule.
Konijn, waar ben je?
Meneer Konijn stuurt zijn handlanger, de Oogst, achter hen aan.
Ik heb niet gehuild sinds mijn zesde toen m'n konijn Tupac stierf.
Ik wil het konijn niet doden.
Meneer Konijn zegt dat je geholpen hebt.
Meneer Konijn wil knuffelen.
Broer Konijn!
Je wilt een konijn met hem kopen?
Het konijn heeft een idee.
En ik ben het konijn die de kaart gered heeft.
Meneer Konijn wil liever niet in de wasmachine.
Kijk, net een konijn.
Je moeder heeft konijn klaargemaakt.
Meneer Konijn is een gemenerik.
Jojo het konijn. Jojo-Konijn.
Waar is meneer Konijn? Ben?
Broer Konijn! Jack?
Konijn, wat je ook doet,