Voorbeelden van het gebruik van Konijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dit konijn is geinfecteerd met de serum, 2 dagen geleden.
Had ik dat witte konijn maar, ik at het rauw.
Stem voor het konijn van de week.
Stem voor het konijn van de week.
Konijn te redden: dit is een flitser van het konij.
Het is geen konijn dat Fred heet.
Dat is geen konijn, dat was een eekhoorn.
Konijn of.
Als konijn?
Konijn, op vijf uur.
Hij leek wel een konijn in het vizier van een slang.
maar vindt konijn eng.
Dit is geen bovennatuurlijk konijn.
Hebben we ingebroken in een legerbasis om een konijn te onderzoeken?
We mogen wel zeggen dat dat konijn klaar is voor de pot.
Ik zei al dat we geen konijn als huisdier moesten nemen.
Ben ik een konijn?
Anthony, we hebben een konijn.
Ik heb plannen met het konijn.
Wat is er met dat konijn gebeurd, Valerie?