Voorbeelden van het gebruik van Lisa in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lisa, van de fietsafdeling.
Hier zijn Lisa en Daves telefoongegevens.
Lisa wil er niet met iemand over praten.
Denk je dat ik een wisselkantoor ben, Lisa?
Wie?- Lisa. Waar is Madeleine verdomme?
Ja. Kan Lisa met haar handen omhoog naar buiten komen?
Vrijdag spelen Lisa en Bart tegen elkaar.
Ik kan die teksten niet onthouden, Lisa.
Deze keer niet, Lisa.
Lisa, het is bedtijd.
Lisa kwam terug en ik probeer dit op te lossen.
Zonder Lisa was het misschien niet gelukt.
Ik reken op je, Lisa.
Op wie dan? Lisa?
Lisa, heb je daar een straathond?
Over Catherine en Lisa Hoberman weet. Ze zegt dat ze alles.
Het enige gas komt uit de kont van Lisa.
Ben je verliefd, Lisa?
Lisa kocht die voor haar.
Martin. Martin. Lisa is aan de telefoon.