Voorbeelden van het gebruik van Lisa in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heet Lisa.
Ik reken op je, Lisa.
Dit zijn Hank en Lisa Murphy.
Jezus en ik houden van jou, Lisa.
Dit is niet best, Lisa.
Ik heb een vraag voor Lisa.
Ik overleef dit nooit, Lisa.
Ik denk dat jij een beetje te veel lol hebt, Lisa.
Ik ben agent Lisa Harris.
Hij had je goed te pakken Lisa.
Het heeft geen zin, Lisa.
Je weet wel, de Mona Lisa.- Mona Lisa.
Ik reken op je, Lisa.
Weet je, ik begin die Mona Lisa aardig te vinden.
Derek en Lisa.
Ik wil dat het goed komt, Lisa.
Weet je, ik begin die Mona Lisa aardig te vinden.
En bovendien vertrouw ik Lisa.
Ik overleef dit nooit, Lisa.
Ik ben Boris. Lisa.