Voorbeelden van het gebruik van Luca in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niet via de bankgegevens die Luca ontdekte.
Luca heeft niets gedaan.
En heb je Luca gezien?
Luca had gezegd dat hij wilde slapen.
Wie is het?- Luca Brasi.
Ik regel het wel. Luca weg.
Lina en Luca gebeld.
Waar is hij? Luca.
Ik ben het, Luca.
Jij bent degene die ik vertrouw, niet hen. Luca.
Nee, alleen ik en Luca.
Mountainbikes? Natuurlijk.-Luca, wat gaaf!
Hoe gaat het?-Luca.
Er zit daar nog een man in. Luca, stop!
Tegen deze tijd volgend jaar zullen we tien keer zoveel omzetten.- Luca.
Luca, lieveling.
Er staat:"Luca.
Luca, we moeten dat nummer hebben.
SCREENWRITER Verso dove Luca Bich en Enrico Montrosset.
Dank u Luca, het was een genoegen dat u als gasten.