Voorbeelden van het gebruik van Marcy in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Marcy heeft een date!
We kregen je bericht dat je wat later was. Marcy? Ken.
Marcy heeft me net op een goed idee gebracht.
Ik ben zo blij, Marcy.
Dat waren Steve en Marcy.
Ze weet dat Marcy terug is.
Dat is Jennifer met Marcy.
Ik ben hier, Marcy. Bobby. Marcy.
En ik heb nog een passieproject. Marcy Ellen.
Tenzij jij 't was, Marcy.
Ik ben een vriend van Marcy.
Dat zijn Steve en Marcy.
Ik werk niet meer voor Stu en Marcy.
Ik vrij graag met Marcy.
Nee, ik geef geen leningen, Marcy.
Ik moet je iets uitleggen, Marcy.
Ze is Marcy niet.
Ik wil dat je met Marcy slaapt.
We zijn hier, Marcy.
Ik heb met Marcy geslapen.