Voorbeelden van het gebruik van Nandor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vrolijke Kroningsdag, Nandor.
Kom op, Laszlo. Nandor.
En Laszlo en Nandor?
Godzijdank. Het is Nandor.
Nandor is heel lang.
Nandor?-Ja, liefste?
De befaamde Nandor the Relentless.
Vraag nandor voeden sire.
Nandor heeft een crisis.
Nandor the Relentless?
Zij werden Nandor(boselfen) genoemd.
Kijk, ik lijk net op Nandor.
Er is iets mis met Nandor.
Hallo. Is Nandor thuis?
We bakken geen taart, Nandor.
Ten eerste: Nandor de Onbarmhartige.
Kom op, Laszlo. Nandor.
Nandor gaat van mij een vampier maken.
Maar Nandor is dol op zijn.
Mag ik even met Nandor praten?