Voorbeelden van het gebruik van Nederlanders in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Iedereen geeft de Nederlanders altijd de schuld!
Hierna werd het gebied echter ingenomen door de Nederlanders.
Het waren die Nederlanders met wie jij hebt samengewerkt.
Áls er leven is dat zullen de Nederlanders het vinden.
Eerder dit jaar verleende de Commissie eenzelfde gunst aan de Nederlanders.
Als er geen oorlog met de Nederlanders komt.
De Nederlanders hebben Manhattan gekocht voor $24 aan kralen.
Nog jaren later eisten de Nederlanders schadevergoeding van hem.
Net zoals onze voorvaders ons beschermde voor de Nesaquake en de Nederlanders.
Met de Nederlanders, voor zilver. Schuylerville.
Naar schatting bekeren zich jaarlijks 500 Nederlanders tot de islam.
Waarom gaan de Nederlanders niet gewoon naar huis?
In 1634 werd Willemstad veroverd door de Nederlanders.
Dit was opnieuw een overwinning voor de Nederlanders.
De Fransen willen Sarawak ook, en de Nederlanders.
In de buurt bevindt zich een residentie waar meerdere Nederlanders wonen.
Twee vermiste Nederlanders.
Ik geloof hen. Ja, de Nederlanders.
Maar hij vond de lichamen van deze twee Nederlanders.
En nu wij. De Nederlanders, de Portugezen.