Voorbeelden van het gebruik van Opstel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet een opstel schrijven.
Ik heb je opstel gelezen.
Antwoorden op 't formulier. Opstel in 't blauwe boekje.
Ik ben hetzelfde meisje dat het opstel schreef en naar Rusland ging.
Je hebt dat opstel nooit ingeleverd.
Ik wou met je praten over je opstel.
Goed. Je opstel was goed doordacht.
Ik heb op school een opstel over Majakovski geschreven.
Vertel me niets, we moeten een opstel hierover schrijven?
Ik moet een opstel schrijven.
Staat dat niet in mijn opstel?
Je bent niet verplicht een opstel te schrijven.
Ze moeten ook een opstel schrijven.
Ik heb… Ik moet een opstel schrijven.
Sinds je getrouwd bent, heb je zes lessen, een opstel en een tussen-examen gemist.
Wie heeft dit geniale opstel geschreven?
Duizend peso voor wiskunde, 700 voor een opstel.
Heb je het nog, je opstel?
Als je het niet weet, een opstel is.
Jij vond dat jouw opstel had moeten winnen.