Voorbeelden van het gebruik van Pippin in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij kreeg Pippin niet. We gaan nu voor Annie Get Your Gun.
Pippin?- Ze gaan Pippin opvoeren.
Pippin… Ik word ziek.
We zaten samen in Pippin.
Gaat het, Mr Pippin?
Ben je gek geworden? Pippin.
Pippin! Nee! Hij is hier!
Zegen mijn schors.- Pippin!
Honey, Sugar, Pippin, neem afscheid.
Ik zag jou optreden in'Pippin.
Delia Pippin. Werkt bij Ronnie's Market.
Ik herinner me deze plek niet. Pippin.
Is dit niet de auditie voor Pippin?
Pippin lk wist
Ik word ziek.- Kijk, Pippin.
Nou weet je… Dat beest van hiernaast… die Pepper of Pippin… Pippin. Pippin. Pippin! .
Pippin, ben je gek geworden -Ik wil even kijken.
Pippin! Want 't bier dat er echt toe doet!
Ik denk dat ik vier liedjes ken van'Pippin.
Pippin zag in de palantir een glimp van 't vijandelijk plan.