Voorbeelden van het gebruik van Pony in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En mijn dochter wil een pony.
Ik laat mijn pony uitgroeien.
Ik had een pony.
Laat geen pony groeien.
Ik wist niet dat ze een pony had.
Een club voor mensen die op een pony zitten?
Wist ik dat ze een pony had?
hadden we allemaal een pony.
En ik wil een pony.
Toen ik een klein meisje was in Polen, hadden we allemaal een pony.
En ik heb een pony.
Glitter Zonnetje. De naam van jouw toekomstige pony is.
En in het weekend reed ik op de pony van mijn zusje.
Hé, stalknechtje. Ik wil graag een pony.
Je was een paard of een pony.
Hé, stalknechtje. Ik wil graag een pony.
Heb jij m'n pony gejat?
Welkom, mijn kleine Pony.
In mijn wereld is iedereen een pony.
hadden we allemaal een pony.