Voorbeelden van het gebruik van Rita in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, jij! Rita, dit zijn Debbie
Alsof ze deze plek bezit. Rita. -Komt en gaat als het haar uitkomt.
Vonden Connie en Rita een adres?
Rita, ik ben het, Dorothy.
En toen vond Michael Rita.
Welkom.-Hoi. Hoi.-Rita. Martin.
zoon van Jean en Rita.
Momentje. Krijg je geen pet?-Rita!
Het zijn Hal en Rita.
En weg zijn we. Rita.- Rita. .
Ik niet. Ik ben Rita.
Jezus Christus is onze generaal… Rita, wat is er?
David, waarom? Voor Rita.
De VS handelt niet met de Sovjet Unie.-Rita.
Ik ben Rita Blakemoor.
Kom binnen. Rita? Alsjeblieft.
Ik was in de buurt.-Hé, Rita.
het haar huis is. Rita.
Een actrice uit de jaren 50. Rita Farr.
Hoe kun je dit Rita en haar kids dit aandoen?