Voorbeelden van het gebruik van Roan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Roan, we zijn bondgenoten.
Roan, luister naar me.
Ik moet Roan vinden.
Blijven staan, Roan.
Roan. We hebben gepraat.
En Roan had geen boog.
Ik praat wel met Roan.
We hebben gepraat. Roan.
Jij bent klaar, Roan.
En Roan had geen boog.
Je zult Roan daarbinnen niet vinden.
Roan, dit is geen samenzwering.
Je maakt geen kans tegen Roan.
Roan laat het je verkeerd doen.
Neem Roan niet te serieus.
Roan Montgomery, de meesterverleider zelf?
Sluit prins Roan van Azgeda op.
Hoe zit het met die Roan?
En onze deal met Roan dan?
Mijn zoon Roan, prins van Azgeda.