Voorbeelden van het gebruik van Roan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Waar is Roan?
Ik moet Roan vinden.
Roan, luister naar me.
Jij bent klaar, Roan.
Roan wil je levend hebben.
We moeten Roan redden.
Roan heeft me geholpen.
En Roan had geen boog.
Ik ben het, Roan.
Die agent is Roan Montgomery.
Mevrouw Roan, dit is erg belangrijk.
Roan wil je levend hebben.
Roan van de IJsnatie zal mij aanhoren.
Je zult Roan daarbinnen niet vinden.
Roan Montgomery, de meesterverleider zelf?
Sluit prins Roan van Azgeda op.
En onze deal met Roan dan?
Roan laat het je verkeerd doen.
Roan, we hebben je hulp nodig.
Mijn zoon Roan, prins van Azgeda.