Voorbeelden van het gebruik van Saxofoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik dacht dat je haar saxofoon niks vond.
Je moet hem saxofoon horen spelen.
Je hebt weer saxofoon gespeeld.
Lk heb ooit eens gezegd dat ik saxofoon wilde leren spelen.
Dat jaar kocht zijn moeder zijn eerste saxofoon voor hem.
Het spijt me dat ik op je saxofoon speelde.
Je gaat, de saxofoon meenemen?
Je had een saxofoon moeten zijn.
Je gaat niet weer dronken saxofoon spelen?
Ik speel wat saxofoon.
Speel je saxofoon?
M'n saxofoon ligt achterin de auto.
Bencriscutto begon op 10-jarige leeftijd saxofoon te spelen en kreeg vervolgens regelmatig muziekonderwijs.
Mede daardoor werd Hofmann(saxofoon) vervangen door Berndt akoestische gitaar.
Heel goed op de saxofoon. Parker was een jonge knul.
Voor mijn saxofoon.
Daarom begon ik met de saxofoon.
Waar is je saxofoon?
ook de uitvinder van de saxofoon.
hij twintig was stapte hij over op de saxofoon.