Voorbeelden van het gebruik van Schors in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zal mijn kleine vleugels maken die verdwijnen op de schors.
Schors me, laat hem vrij.
Was de schors van de bomen maar als de hemel zo zacht.
Schors de leraar, en breng de gemoederen in je groep tot bedaren.
Schors hem dan!
Ik schors je voor onbepaalde tijd.
Zwaar stomp letsel, dennennaalden, schors en sporen van spinthout.
Waarom schors je ons? Dat heb je gedaan.
Ik schors je niet, ik ontsla je.
Hier is je oude grizzly bruine beer, die schors van een gomboom krabt.
Schors hem een paar maanden, maar ontsla hem niet.
En takjes en schors.
Smith tot je weer bij je positieven bent… Schors ik je zonder loon.
Mijn moeder moest brood maken van schors.
AJ, als je dit soort acties goedkeurt, schors ik je als algemeen directeur.
We hebben schors nodig.
Is er niet nog iets wat je moet doen voor ik je schors?
Je pa vertellen hoe je schors verzamelt.
U lacht niet meer als ik u schors.
Maar alle bomen hebben een schors.