Voorbeelden van het gebruik van Simeon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toch, Simeon?
Een Jood genaamd Simeon.
Wie is deze Simeon?
We hebben Simeon levend nodig.
Simeon, wat is er?
Of een château in San Simeon.
Simeon is erg druk vandaag.
Dan, hoor," zei Simeon.
Let op de weg, Simeon.
Waar zijn de boeken, Simeon?
Een van jouw mannen, Simeon.
Denk eraan, Yuri. Simeon?
Kolonel, onderschat Simeon niet. Nee.
Rachel en Simeon kwam achter hen aan.
Ben je niet Simeon de boekbinder?
Of in een kasteel in San Simeon.
De heer Simeon Matsis voor de rapporteur.
Simeon is erdoor gegaan met Park als gijzelaar.
Ga daar weg voordat Simeon je ziet.
Ik dacht dat jij en Simeon gelukkig waren?