Voorbeelden van het gebruik van Slotenmaker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als je mijn sleutels weer verliest betaal jij de slotenmaker.
Ik wacht wel op de slotenmaker.
We moeten een slotenmaker bellen.
Ik bel een slotenmaker.
Alsof je de slotenmaker beroofd hebt?
Ik ga op gesprek bij de slotenmaker.
Dokter House? Tenzij jij een slotenmaker of elektricien bent.
Ik ben een goochelaar, geen slotenmaker.
Ik ben doktor, geen slotenmaker.
Bel een slotenmaker.
Je bent toch slotenmaker?
Tenzij jij een slotenmaker of elektricien bent… Met politieke banden, heb ik het te druk.
Het is geschikt voor key&lockwinkel, slotenmaker, en de winkel van de autodienst!
Die slotenmaker weet hij dat hij hier moet komen?
De slotenmaker komt morgen.
De slotenmaker woonde al die tijd naast de kluis. Dat klopt.
Hij was slotenmaker op Clifton's Parade.
We bellen morgen een slotenmaker.
En de slotenmaker.
Ik bel morgen de slotenmaker.