Voorbeelden van het gebruik van Speelkamer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is in de speelkamer.
Dat wordt de speelkamer.
Ik heb een speelkamer voor jou.
Waar is Speelkamer Zes?
Speelkamer, speeltuin, eigen gratis parkeergelegenheid.
Taastrup Park heeft een speelkamer met biljart, darts en tafeltennis.
Het heeft een speelkamer, televisie en beschikt over WiFi.
De Speelkamer geeft jongere leerlingen de mogelijkheid tot spelen en leren.
Er is ook een speelkamer en gratis parkeergelegenheid beschikbaar.
Jullie speelkamer klinkt geweldig!
Speelkamer. Jullie hebben je eigen Disneyland.
In de speelkamer gamen en zo.
Misschien in de speelkamer. Nee, meneer.
Dan gaat Jacob naar de speelkamer om de hoek samen met Vicky, terwijl wij praten.
Waar is Speelkamer Zes?
Je ging weg uit de speelkamer na je ronde met Jenna.
Dit is de speelkamer. Dat plafond is beweegbaar.
Ga met je dochter naar de speelkamer.
Deze leuke, naturelle vlaggetjes van Kidsdepot maken een kinderkamer of speelkamer helemaal af.
Deze 6 slaapkamers, 5 badkamers eigendom heeft een sauna, speelkamer en een bioscoop.