Voorbeelden van het gebruik van Stallen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was bekend met de stallen.
Volg de gastheren maar naar de stallen.
Achter de stallen.
In de stallen bij de jockeys.
Iedereen moest meehelpen in de stallen.
Die is bij het heggendoolhof en de stallen.
Chris. Chris, de stallen.
Maar in de stallen was ik altijd gelukkig.
Terug naar de stallen.
Oh, dat is bij het doolhof en de stallen.
Er waren stallen.
Tennis- strand- stallen- kerk protestantse kerk.
Hij loopt naar de stallen.
Met jezelf staan spelen. Je hebt de paarden verzorgd, de stallen uitgemest.
Ik zie je bij de stallen.
Ik leerde hem kennen bij de stallen.
We hebben stallen.
Iemand liet de stallen open.
Ik wacht bij de stallen op je.
Maar we hebben verwarmde stallen.