Voorbeelden van het gebruik van Tandarts in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zonder Duitse tandarts of rode tas.
De vrouw van de tandarts.
De dingen tussen de tandarts en mij zijn onmogelijk geworden.- Natuurlijk niet.
Was ik maar tandarts geworden.
Waarom ben je een tandarts geworden?
Net zo'n hekel als aan de tandarts?
Een tandarts zie ik bij Lindy's ook wel.
Kunt u ons de naam van uw dokter of tandarts geven?
In deze landen wordt fluoride nu door de tandarts en bij het tandenpoetsen aangebracht.
Tandarts.- Stephanie.
Dat was de tandarts.
Waarom ben ik een tandarts Rupert?
Ik moet morgen naar de tandarts.
We hadden tandarts moeten worden!
De vrouw van de tandarts klaagt haar aan.
Henry, ik ben bang voor de tandarts.
De tandarts is er nog niet.
Mijn moeder is tandarts.
Dr. Allan, de tandarts.
Ik was naar de tandarts.