Voorbeelden van het gebruik van Telefooncel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het telefoonnummer is van een telefooncel.
Ik bel wel als ik een telefooncel zie.
De engelen hebben de telefooncel.
Ze kwamen uit een telefooncel op het Amtrak-station.
Telefooncel te klimmen. Op Yale, proberen de studenten met zoveel mogelijk mensen in een.
Ken je de telefooncel op de hoek?
Weet je hoe moeilijk het is een telefooncel te vinden?
Wat is het nummer van de telefooncel?
Daar is de telefooncel.
In een telefooncel.
Loop naar de telefooncel aan de overkant.
Tappen jullie de telefooncel af?
Hij zei dat Tarr uit een telefooncel belde.
Begeeft u zich alstublieft naar de telefooncel bij het buffet.
Loop naar de telefooncel aan de overkant.
Uit een telefooncel.
Hij staat in de telefooncel.
Ik breng je naar een telefooncel.
Wie gebruikt nu nog een telefooncel?
Dat gaat niet. Ik sta bij een telefooncel.