Voorbeelden van het gebruik van Timon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Alles in orde, Timon?
We gaan noordwaarts.- Timon.
Wat doe je, Timon?
Timon. We gaan noordwaarts.
Timon, luister naar oom Max.
M'n maatje Timon hier zegt altijd.
De Oud-Griekse misantroop, Timon van Athene.
Timon, kom eens gauw kijken.
Timon, dit kan zo niet doorgaan.
Het verhaal begint met Timon.
Duurt dit de hele nacht, Timon?
Het is maar een klein leeuwtje, Timon.
Timon. Jij bent Joods, hè?
Ja, Timon. Dit is m'n thuis.
Ja, Timon. Dit is mijn thuis.
Hebben Timon en Pumbaa… je hun plan verteld?
Timon. Jij bent een jood, niet?
Timon, dit is Nala,
Timon en Pumbaa… Je moet ze leren kennen.
Timon en Pumbaa. Wat komen jullie doen?